Dagboek van een rondjesfietser, Zondag 22 november 2009, Rondje Pandahut (+/-70 km)
Verzamelen om 9 uur op de parkeerplaats van de Pandahut…… 8,55 uur
René staat, tezamen met zijn Renault 4x4 mudblaster mountainbike, geparkeerd vóór het reclamebord van het Survival-centrum. Dit zal verder voor René symbolisch worden voor de komende uren: Het gevecht om te overleven in de strijd tegen de weergoden en tevens in zijn strijd tegen een ongelofelijk stelletje tegendraadse Hogeropleden die wel nog de moeite had genomen om zich op dit uur – welliswaar te laat – te melden op het verzamelpunt, maar absoluut niet van plan was om zich ook maar enigszins te voegen naar de rondeleider of naar de geldende verkeersregels.
Een slap excuus voor het te laat komen als: “Dat valt tegen, de Pandahut is toch verder dan deMIX pakeerplaats” kan natuurlijk niet worden geaccepteerd. Maar goed, het stelletje ongeregeld, bestaande uit Peter (ik ben helemaal uit vorm en ik weet niet hoe dat komt), Sander en Frank (alle drie bekend van de nu al legendarische lekke-banden-tocht), aangevuld met uw fietsdagboekenier en de rondjesuitzetter, resp. webmaster en daardoor dus de onbetwiste leider René, beklimmen dan toch uiteindelijk de stalen rossen om, zoals gepland, in de richting van de Kemphaan te gaan maar daar nooit zullen aankomen. Natuurlijk niet! Wij bepalen wel hoe wij naar de Stichtse Brug rijden en niet de leiding. Langs het decor van troosteloze, lege dichtgetimmerde boerderijen die onteigend zijn en afschuwelijk lelijke bedrijfspanden in plaats van het verstilde panorama van het herfstige Gooimeer. Dat is wat wij willen zien en daar gaan wij heen!
Nog roert de leiding zich niet. Het zal wel door het weer komen. Voorspeld zijn zware depressies en zeer krachtige windstoten. Geef ze nog maar even de losse teugel alvorens in te grijpen. Het komt wel goed.
Het komt niet goed. Om op de brug te komen neemt iedere weldenkende fietser het pad dat daarvoor gemaakt is: het fietspad. Zo niet Frank. Een doodlopende autoweg is voor hem ook wel genoeg en we zitten niet voor niets op de mountainbike. De weg gaat over in een modderpoel en dat is de plaats waar we noodgedwongen te voet het talud af moeten strompelen! Uiteindelijk wordt de brug genomen. De bedoeling was om nu om te keren en de geplande route weer te hervatten.
Had je gedacht. Zonder verdere discussie wordt de weg naar Huizen genomen. Wij – René en ik – volgen dan maar. Naar protesten wordt toch niet geluisterd en je moet toch verder, nietwaar.
Ondertussen wordt de wind krachtiger. Het tempo wordt opgeschroefd en er wordt een lichte waaiervorm aangehouden. Op veel plaatsen naast het fietspad bevinden zich grasvelden. Reden voor Frank om – zonder richting aan te geven – in één keer het grasveld in te duiken om daar het profiel van zijn banden op houvast in de drassige ondergrond te testen. Dat hij daarbij zijn mederondjesrijders bijna een fatale doodklap laat maken is een kleinigheid. Moet je maar opletten, je bent toch niet blind!
In gestrekte draf ben je dan al blij dat je nog enig onderdrukt gevloek kunt laten horen en dat je nog net op tijd je remmen kunt vinden en niet stuiterend over het asfalt gaat.
Ook het historisch besef is ver te zoeken. Als we langs het lokaal van de Huizener Wielerclub komen en er gevraagd wordt om even te poseren voor dit monument van de Gooische wielersport, wordt er lacherig gedaan en is er nauwelijks aandacht voor het feit dat een paar illustere voorgangers op deze gewijde plaats voor de wat serieuzere leden onder ons de voorbeelden en gangmakers waren van het aar-pie-emmen. Hier wordt ingetogenheid verwacht. Maar ja…
Plotseling wordt er een nieuwe variant gevonden in het Gooische wegenstelsel. De weg naar Naarden kan ook met behulp van een natte vinger in de lucht worden gevonden. Voorwaar een zeer goede mogelijkheid om het fileleed te verlichten. Zo rijdt niemand van A naar B, maar wij wel.
Na de binnenstad van Naarden onveilig te hebben gemaakt en vastgesteld hebbende dat de plaatselijke Horeca hier nog de zondagsrust respecteert, maakt Sander een argeloze zondagsrijdster erop attent dat zij de verkeersregels overtreedt die hij toevallig net heeft laten ingaan. Zij schijnt zich ’s avonds bij postbus 51 te hebben gemeld.
Uiteindelijk toch weer bij een brug aangekomen. Dit keer de Hollandse Brug. Om die te beklimmen moet je vooral de weg naar Amsterdam inslaan als je naar Almere wilt en je dan halverwege te bedenken om alsnog via een fiks stijgend grasveld weer de voor normale mensen aangelegde weg omhoog terug te vinden. Zo maak je slachtoffers. Maar ja dat kon er ook nog wel bij.
Plotseling bevonden we ons in Libelleland. Daar stootten we op de dijk naar Almere-Haven op. Zwemvesten aan want het water sloeg over de weg. Nooit gedacht dat we daar noch eens zouden belanden.
Niet alleen meende Sander de stal weer te ruiken maar ook een lichte koffiegeur deed hem met veertig per uur naar zijn achterzak grijpen om zijn mobieltje er uit te vissen. Per slot hadden we bijna vergeten om koffie te drinken. Een ernstig vergrijp. De gebelde was in gesprek en dat was voor Sander aanleiding om te vermoeden dat de werkzaamheden aan het koffieapparaat al waren begonnen.

Een iets te optimistische verwachting. Het gesprek was met moeder over een niet te peilen vermoeidheid en niet over een verrassend nieuw recept voor warm appelgebak. Pech, dan maar zelf in actie komen. Ook hier is Sander niet de beroerdste. Fluks werd de winterklaar gemaakte tuin vrijgemaakt en de het tuinameublement uit de schuur getoverd.
Een overheerlijk bakje koffie deed al het ongemak en ergernis vergeten. De brokken speculaas gingen rond. Een uiterst vriendelijke buurvrouw werd onder druk gezet om de volgende week de koffie te verzorgen. Dit zal de toch al gespannen sfeer in de Bootonderdelenbuurt bij de Noorderplassen er niet beter op maken.
Jennifer (Dingetje voor intimi) kon weer naar bed. De helmen en de handschoenen gingen weer op en aan. Tegen het verkeer inrijdend – je moet enige consequentheid in je daden houden - werd de troosteloosheid van de zondagmorgen in een nieuwbouwwijk weer opgezocht.
Als compensatie voor het ongeremde gedrag van deze drie figuren werd nog een bezoekje aan de Trekvogel voorgesteld. Dit als afsluiting van dit toch wel zeer vreemde tochtje. Er werd nog iets gemompeld over zorg voor het milieu en bewust met de natuur omgaan maar dat werd niet door uw dagboekenier gepruimd. Hier scheidden onze wegen. Het was genoeg geweest. De maat was vol maar de glazen nog niet. De enig juiste weg, die naar huis, werd snel gevonden. Per slot van rekening was die in het voorgeschreven routeschema opgenomen.
Een merkwaardige, stormachtige ochtend was afgesloten. Wat overblijft was een nuttige trainingsrit in een bijzonder gezelschap. God meiden wat hebben we jullie gemist. Bij het zien van deze drie baasjes bij het vertrekpunt blijft er toch maar één ding over: Gauw naar huis!

Uw fietsende dagboekenier,
Jan van ’t Hoff